|
Déjà VuVast niet de meest productieve, maar zeker mijn aardigste periode als hoogleraar lag meteen al aan het begin. In de vroege jaren zeventig ontkwam ook de VU niet aan betogingen, bezettingen, en plenaire vergaderingen volgens het one man one vote beginsel. Onderwijs en bestuur zouden worden ontworsteld aan de macht van een heersende elite, het onderzoek omgebogen naar de belangen van onderdrukte minderheden. Het conflict werd verder aangejaagd door een grondslagen-strijd binnen de sociale faculteiten - de romantische idee van wetenschap: wat mensen over de dingen denken stond tegenover de realistische conceptie: hoe de dingen zijn. De meeste VU-studenten hadden van thuis weinig extremistische denkbeelden meegekregen, maar wel een notie van de betekenis van beginselen. Bij de beta�s, toch al gecommitteerd aan een realistische wetenschapsidee, bleven de messen dan ook van tafel. Met genoegen kijk ik nog altijd terug op verhitte discussies met studenten over de uitgangspunten en doelstellingen van onderwijs en onderzoek. Erg veel diepgang had het allemaal niet en tot de verbeelding aan de macht is het niet gekomen. Integendeel: het was het begin van de ombouw van de professionele organisatie van de universiteit naar een management gestuurd model. Met de eerste grote bezuinigingsoperatie van de jaren tachtig werd de ruimte vrijgemaakt voor de introductie van een eigen universitair ambtelijk apparaat. Daarbij geholpen door een zich op het financiële beleid terugtrekkende overheid kreeg dit gaandeweg de bestuurlijke touwtjes strak in handen. Sindsdien bedoelen universitaire bestuurders als zij over "wij" spreken: de administratie. Uit de pers de huidige discussies over het brede onderwijsveld volgend bekruipt mij nogal eens het gevoel: waar heb ik dat meer gezien? Daar is weer de romantische opvatting: de leraar hoeft slechts �attitudes� aan te brengen, die de leerling in staat stelt naar believen vanaf het internet kennisinhouden te selecteren en wie weet, te verwerven: als ze die �leuk� vindt. Het trefwoord is �competentie gestuurd onderwijs� - de competentie van de leerling wel te verstaan, want de leraar komt inhoudelijk toch niet meer over: daarvoor kan zijn gehoor het geduld niet meer opbrengen. De realisten van tegenwoordig zijn allergisch geworden voor het woord �kenniseconomie�, waarmee hun sterkste argument vervalt. Hun laatste verdedigingslinie is nu nog dat de sterk in opkomst zijnde kreupele taal op kreupel denken wijst - in mijn ervaring een moeilijk tegen te spreken punt. Maar mijn studenten indertijd zouden hebben doorgevraagd: wie heeft er belang bij het uitwissen van de grens met de drogreden, in een mediamaatschappij met spin en hype als �leuke�, doelbewust gehanteerde middelen? Intussen stelt een onderwijsautoriteit ons in de krant gerust: zoveel doet het didactisch paradigma er ook niet toe, het komt vooral aan op de inspirerende, bekwame, toegewijde leraar - waarvan acte! zoals dat vroeger heette. Met wat geluk en goede wil lijkt mij in de didactische controverses wel een modus vivendi te vinden - daarover straks nog iets. Wat mij met acuut onbehagen vervult is het aspect van kwaliteitsbeheersing, een eerste taak voor het management dat inmiddels op elk niveau in het onderwijs prominent aanwezig is. Door de overheidsreglementering verkeert het bestuurlijk apparaat in wat in het jargon een win-win situatie heet. De sleutel is de output-financiering, die de inkomsten van de school direct koppelt aan het aantal geslaagde leerlingen. Zo�n constructie garandeert kwaliteit - in de ambtelijke optiek - op de automatische piloot, gegeven de sociologische grondregel dat elke organisatie primair op zijn eigen voortbestaan bedacht is. In de jaren zeventig ging de strijd tussen romantici en realisten goeddeels aan de wiskunde voorbij - ik vermoed omdat hier van een polaire tegenstelling geen sprake is. Wiskundigen weten wel beter dan te sjoemelen met hun abstracte concepten, maar laten vervolgens, inderdaad, de verbeelding aan de macht. Het kan dan ook niet anders of zij hebben ernstige moeite met de ontwikkeling, sinds de jaren zeventig, van het onderwijs tot een markt, compleet met kramen en bijpassend gekraam. Biedt dan de toekomst uitsluitend kommer en kwel? Toch niet: er zijn wel degelijk lichtpunten. Vooral de demografie. Van oudsher is de wiskunde de meest democratische van alle wetenschappen: voor succes is afkomst uit een traditioneel �goed milieu� geen vereiste. Welnu, volgens een recent bericht is thans 19%, in 2050 29%, van de populatie in dit land van allochtone afkomst - een ruime markt tekent zich al dadelijk af. Wiskunde als ladder voor emancipatie? Het proberen waard, maar er is natuurlijk meer stimulans nodig dan het huidige schoolonderwijs kan bieden - wat overigens ook wel voor veel autochthonen zal gelden. Dus moeten wiskundigen - in Europees verband, dan krijg je nog subsidie ook - op internet een netwerk van project rooms inrichten en onderhouden, in elk waarvan een besloten groep van (zeg twaalf) deelneemsters in projectstijl een wervend wiskundig probleem kan oplossen. De benodigde voorkennis wordt per project inhoudelijk omschreven en volledig gedocumenteerd, en de instapniveaus overspannen trapsgewijs het interval van (zeg) 4e jaar vwo tot 2e jaar ba. De groep van enthousiaste jonge wiskundigen die als projectbegeleiders fungeert organiseert regionaal elke maand een ontmoetingspunt voor de noodzakelijke sociale inbedding en de verdere persoonlijke contacten met de wiskundige wereld. Enzovoort. Het KWG zou op korte termijn toch op zijn minst in een draaiboek een feasibility study kunnen neerleggen - en ik zie op den duur Epsilon Uitgaven al door venture capitalists overgenomen vanwege de winsten op de documentatie. G.Y. Nieuwland Laatst bijgewerkt: zondag 13 december 2009. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||